U bent hier

Schimmelbestrijding

100% natuurlijk

Natuurlijke schimmelbestrijding

In de natuur zijn al veel middelen beschikbaar die als gewasbeschermingsmiddel kunnen dienen, zoals actieve stoffen uit planten, maar ook micro-organismen zoals bacteriën en schimmels. Het inzetten van natuurlijke schimmelbestrijdingsmiddelen zorgt ervoor dat er minder chemische middelen gebruikt hoeven te worden. Daarnaast treedt er geen resistentie op tegen natuurlijke middelen.

Antagonisten

Antagonisten zijn schimmels of bacteriën die ingezet kunnen worden bij de biologische bestrijding van plantenziekten. Antagonisten koloniseren de wortel, het blad en de stengel en creëren zo een beschermende laag. Hierdoor is er voor ziekteverwekkers geen plek en geen voedsel meer. De antagonisten Prestop en Mycostop werken ook als hyperparasiet. Zij produceren enzymen die de celwanden van de ziekteverwekkers afbreken, waardoor ze dood gaan.

Het is belangrijk om antagonisten, net als natuurlijke vijanden, preventief in te zetten. Dan hebben zij de plant gekoloniseerd, voordat de ziekteverwekkers aanwezig zijn.   

Preventie

Voorkomen is beter dan genezen. Een aantal maatregelen kunnen al helpen om de infectiekans te verkleinen en de infectiedruk te verlagen. 

  • Goede wondverzorging
  • Plantweerstand verhogen
  • Aangetast plantmateriaal verwijderen
  • Inzetten van biofungicide
  • Evt. inzetten van chemische middelen

 

Schimmels

Veel telers hebben problemen met schimmels in hun gewassen. Sommige schimmels zoals Fusarium en Pythium veroorzaken schade aan de wortels van de plant, terwijl andere schimmels zoals Botrytis en Mycosphaerella de stengels, bladeren en vruchten weer aan kunnen tasten. 

 

 

Botrytis

Kenmerken:
Botrytis cinerea, ook wel grauwe schimmel, smet of vruchtrot genoemd, is een ziekteverwekker die in veel teelten schade veroorzaakt. Kenmerkende verschijnselen zijn bruin verkleurd (necrotisch) weefsel met vrij snel daarna aan de buitenkant zichtbare sporendragers met sporen. De sporen zijn kenmerkend grijs-bruin van kleur. Botrytis kan naast de stengel, ook het blad, de bloem en de vrucht aantasten. Bladbotrytis komt alleen voor op necrotisch (dood) weefsel. Een aantasting begint bij de afgestorven bladrandjes en breidt zich vervolgens via de nerven uit over het hele blad. 

 

Pythium

Kenmerken:
De wortels van door Pythium aangetaste planten verslijmen. De schors laat los van de stengel, waardoor deze er makkelijk afgestroopt kan worden. Als de plant verder aangetast is, dan verrot het hele wortelstelsel en ontstaat er een rotte plek aan de stengelvoet. De plant groeit niet meer en verwelkt uiteindelijk.

Pythium tast vooral jong en zacht plantenweefsel aan. De infectie gaat via wondjes aan het wortelstelsel. In aangetast weefsel vormen zich dikwandige rustsporen. Deze rustsporen kunnen minimaal 2 maanden overleven in grond of substraat. Bij gunstige omstandigheden kiemen de rustsporen en vormen uiteindelijk zwermsporen: beweeglijke sporen met een zwermstaart. Deze zwermsporen verspreiden zich via water en opspattende gronddeeltjes.

 

Fusarium

Kenmerken:
De ziekte is herkenbaar aan kleine dode plekjes op het wortelstelsel. In een later stadium worden de wortels bruin en rotten weg. De plant blijft achter in groei en verwelkt, vooral bij sterke instraling en zware plantbelasting. De plantvoet verkleurt bruin, meestal aan één kant van de stengel. De bruinkleuring strekt zich uit van net boven de stengelvoet tot maximaal 25 cm van de stengelvoet. Op het afgestorven weefsel vormt zich soms wit schimmelpluis met roze sporen, welke weer voor herinfectie kunnen zorgen. De vaatbundels in het aangetaste stengeldeel kleuren tot boven de aangetaste plek bruin. 

De schimmel overleeft door dikwandige rustsporen, die zich via water kunnen verspreiden. Deze sporen overleven op de grond, organisch materiaal in de bodem en kunnen zich aan zaad hechten. Ze kunnen langer dan een jaar kiemkrachtig blijven, infecteren de plant via kleine wondjes. 

 

Mycosphaerella

Kenmerken:
De schimmel kan bladeren, stengels, groeipunten en vruchten aantasten en veroorzaakt hierop bruine of grijzige vlekken. De vruchten kunnen zowel van binnenuit worden aangetast (intern vruchtrot) als aan de buitenkant (extern vruchtrot).

Mycosphaerella overleeft in de winter voornamelijk in zieke plantresten. Hier worden 2 soorten sporen gevormd: conidiën en ascosporen (geslachtelijk gevormde sporen). Verspreiding van ascosporen gebeurt voornamelijk via de lucht en de conidiën via waterdruppels. Voor de sporen vrijkomen en een infectie veroorzaken is een hoge luchtvochtigheid of zelfs een waterfilm nodig. Vruchtrot ontstaat doordat de schimmel via het bloempje de vrucht binnendringt. Voor de aantasting van stengels, oudere bladeren en de buitenkant van vruchten beschadigingen zo nodig.

 

Schimmels natuurlijk bestrijden met Mycostop en Prestop

Zoekveld