Plantenbieb A-Z
Narcis
De narcis is een van de eerste planten die laat zien dat de winter voorbij is. Zodra de dagen langer worden, steken de frisse groene bladeren en gele of witte bloemen hun kop boven de grond. Dat maakt de narcis al jarenlang een vaste favoriet in tuinen, parken en bloembakken. Ze bloeit uitbundig, is sterk en komt elk jaar vanzelf weer terug.
De narcis in het kort
Bloeiperiode
Februari - april
Winterhard
Ja
Standplaats
Zon - halfschaduw
Biodiversiteit
Trekt bijen, hommels en insecten aan
Waterbehoefte
Gemiddeld
Type plant
Bloembol - Niet inheems
Alles over narcis verzorging
Oorsprong
De narcis (Narcissus) komt oorspronkelijk uit Zuidwest-Europa en Noord-Afrika, waar hij groeit in bergachtige gebieden en graslanden. Daar is hij gewend aan koude winters en droge zomers. Dankzij die oorsprong is de narcis winterhard en goed aangepast aan ons klimaat. Via kloostertuinen en later siertuinen vond hij zijn weg door heel Europa.
Water geven
In de volle grond hebben narcissen meestal genoeg aan regenwater. In potten geef je water zodra de grond droog aanvoelt. Let erop dat de bollen niet in natte grond blijven staan, want daar houden ze niet van.
Licht en standplaats
Narcissen houden van een zonnige tot halfschaduwrijke plek. Hoe meer zon ze krijgen in het voorjaar, hoe rijker de bloei. In borders, grasvelden en potten doen ze het allemaal goed, zolang de grond maar goed doorlatend is.
Voeding geven
Narcissen groeien het best in luchtige, goed doorlatende grond. Geef in het voorjaar eventueel wat organische mest om de bloei te ondersteunen. Na de bloei slaan de bollen energie op voor het volgende jaar. Kies bijvoorbeeld voor Vaste planten-AZ+ om voor langdurige bloei te zorgen. Te veel voeding is niet nodig – bloembollen slaan voeding namelijk op in de bol.
Verpotten
Narcissen kunnen prima in een pot worden gehouden. Na een paar jaar kan de bloei van narcissen wat afnemen doordat de bollen te dicht op elkaar zijn komen te zitten. Je kunt ze dan in juni – wanneer het loof is afgestorven – voorzichtig uitgraven. Laat de bollen drogen op een koele, luchtige plek en plant ze in het najaar wat verder uit elkaar. Zo houd je ze vitaal én kun je ze gemakkelijk vermeerderen.
Ziektes
Narcissen zijn sterke planten, maar kunnen bij nat weer last krijgen van rot. Zorg daarom altijd voor een goed drainerende bodem. In potten is een laagje hydrokorrels onderin ideaal. Weinig bloei komt vaak door te vroeg afgeknipt blad of te weinig zon. Kleine bloemen zijn vaak een teken voor een tekort aan voeding of te dicht op elkaar geplante bollen.
Wanneer narcis planten?
Narcissen plant je in het najaar, bij voorkeur tussen september en november. Doe dit ruim vóór de eerste vorst, zodat de bollen kunnen wortelen voor de winter. Plant ze 10 tot 15 cm diep, met de punt omhoog en met zo’n 5 cm tussenruimte. In het voorjaar bloeien ze dan als een van de eerste bloemen in je tuin. Heb je ze eenmaal geplant, dan komen ze vaak elk jaar vanzelf terug.
Welke narcis soorten zijn er?
Narcissen zijn er in verrassend veel soorten en variëteiten. Zo heb je de trompetnarcissen met hun grote, opvallende kroon, de kleinkronige narcissen met een subtieler uiterlijk en de gevulde narcissen met extra bloemblaadjes. Daarnaast zijn er ook mini-narcissen, die perfect zijn voor potten of verwildering in het gazon. Door verschillende soorten te combineren, kun je genieten van een langere bloeiperiode én meer variatie in kleur en vorm, van klassiek geel tot wit, crème en zelfs zacht oranje.
Planten verzorgen met ECOstyle
Blader verder door onze plantenbieb
Op zoek naar informatie over tuin- of kamerplanten? Vind hier alle soorten terug.